monogram renaat

Poetry

wolfstij

binnenkomend zie ik:
hij leeft,
hij is nog niets vergeten,
hij leeft -
maar reeds is zijn gezicht
zoals beschreven door hippocrates
zijn ogen als
door nachtschade vergroot

ik sta verloren
tussen hem en de dood.


cardiografie

kortbij is de dood reeds,
kortbij, wederrechtelijk aanwezig,
volgbaar, malicieus bewegend;
nog steeds hijgt de borst
maar koud is zijn hand reeds
in mijn hand en onweerstaanbaar
verkilt het leven.


post mortem

ga nu, zegt men
en je gaat -
werktuigelijk ga je
hem achterlatend
voor wat hij is:
een prooi
voor jonge anatomen.


mortuarium

onderkoeld
grandioos in de dood nog
volkomen horizontaal
de huid glad over
het gezicht gespannen
een wolk van niet weten
tussen hem en mij,
hij versteend en ik,
de aangewezen man om
zijn grafsteen te houwen.


art funéraire

geen sterveling
hier in dit veld van graniet
waar hij nog slechts
een steen is tussen de andere
een schaduwloze naam op een graf
en ja, gefundenes Fressen
voor de wormen.

Ramon op reis naar Praag

Kafka?
vraagt de donkerogige
in de boekhandel
Kafka?
haben wir nicht.

en anderen:

  • haben wir leider nicht.
  • nicht zu haben!
  • ist nicht mehr da.
  • wird nicht importiert.
  • ist nicht vorrätig.
  • schon lange ausverkauft.

en in een antiquariaat
zegt langzaam
de zeer oude vrouw:
das ist eine grosse Seltenheit.
(want duits kennen ze goed -
dat wel)
in de stad lopen zij samen:
de toeristen die zijn sporen zoeken,
de tsjechen, de slovenen,
de sudeten en
de donkere moraviërs,
zwijgend,
als onder aanhoudende regen.
wachten zij?
zij wachten.

op het hradsin wacht
wenceslaus wezenloos
alsof hij het sterven
der sterren had gezien
de as van de golem
ligt op een zolder
van de synagoge,
deze van jan palach
is verstrooid met de wind
maar de schaamte zal hem overleven.

wachten zij?
zij wachten.

op een herdruk?
op de lente?
op de duistere tijd
der twaalf nachten?
tot jan zajic als een feniks
uit zijn as herrijst?

of
vrezen zij de tanks
en
de kerkers van het grad?

waarlijk
zij zullen vrij
willen zijn en
de moedigen zullen nog
duizend jaar vechten

al moest de golem opstaan
of de grote rabbe loew,
al moesten de herten
manen krijgen
of --

zo loop je nog maar eens
met de ware razernij
onder het geleende licht
aan de ideale staat te denken --
als een winterkoning
in grisaille.

dans les steppes de la flandre occidentale

en hier word ik geacht thuis te zijn:
in deze wakke vlakten
aan de zoom van zand en zee
waar late jonkers
hun illegale levens van legaten leiden,
waar dit ganse onherbergzame seizoen
en tot in lengte van dagen
zwerven en zullen zwerven
de grijze gezellen van den swighenden eede
die op prebenden teren
en nazaten van zwarte zoeaven,
zingend
en zuipend het zerpe, donkere bier.

memorie van toelichting

Kwaadschiks
voegen zich de woorden
tot een gedurig produkt,
tot een teken in het vlees.

Zo geniet ik nog
het vruchtgebruik van de bomen
die mijn vader heeft geplant
leef ik
           van pulp en broodletters
als een viervorst
die lippen en rasures leest.


priemgetal

Bewijs je bestaan uit het ongerijmde;
reken maar:
je moet aftellen, delen en
de vierkantswortel trekken.
je moet de proef
op de som maken
tot de rest = nul
zodat uiteindelijk
alles samenvalt:
de negenproef op het leven
en de egelstelling
van de dood.

Ecce belua

Als de tekenen niet bedriegen
heb ik te vergeefs
op het wentelen der jaren gewacht,
op het sterven van de slang.

Gedagvaard ben ik door de dood
omdat ik geen motief had om te leven.
Twist en twijfel zijn mijn deel geweest
en ik heb geloofd in de waan der dagen.
Nu wacht mij de weger van het hart
die de pluim der waarheid wuift.

Voor de drie grote zonden van Damascus
moest ik boeten, ondergaan in het geluid,
in het geklank van trompetten -
want mijn dagen zijn gewogen en geteld.
Ook mijn geld is geteld,
mijn erfenis reeds geregeld:
dertig zilverlingen en wat klatergoud.

Te vergeefs heb ik gepoogd mijn handen
in onschuld te wassen, mij te louteren
door het vuur - want de vromen
moeten mijn vlees eten. Maar slechts
met doornen werd ik gekroond en mij
werd ook mijn scharlaken mantel afgenomen,
alsof ik een man van smarten was.

Toen zag ik - het uur naderde -
dat ik een reusachtig monster was;
waarlijk, op aarde was niets
met mij te vergelijken.

Aan Archytas van Tarente

Niets lijkt ons boeiender, o Archytas,
dan het stapelen van cijfers, of het zou
het indelen van getallen moeten zijn,
het paren van even en oneven – of
het sleutelen aan het Delisch probleem.
Cijfers sterven niet, en is een welgevormde
formule niet mooier dan een gewelfde vrouw?
   Je hebt de hemel gemeten, Archytas,
het zand en de zee; een vederloze
vogel gebouwd uit het taaie hout
van de tamarinde – een vogel
die alleen op jouw bevelen vloog.
   Toch was je ook strateeg, gekozen
tot zeven keren toe, al wist je,
ook toen al, hoe nutteloos vechten is –
zoals je ook wist dat er geen onvoorzien
toeval is en dat een vogel nooit
verder dan zijn vleugels vliegt, Archytas.


Aan Aristarchos van Samos

   Je weet, Aristarchos,
dat ik van alle Grieken houd,
niet het minst van de brede
bronzen mannen die uit Samos
komen, zoals jij, glanzend
als olijven en gelaafd
met de blanke roemrijke wijn.
   Maar van alle Grieken,
Aristarchos, bewonder ik jou
het meest. Jij toch hebt,
vóór alle anderen, vóór Seleukos
van Babylon, gezien hoe de zaken
er werkelijk voor stonden. Jij
liet je niet verblinden door de zon,
niet door gezag,
niet door de aarde
en ook niet door de grote Hera
wier beeld Cheramydes
in marmer heeft gebeiteld.
   Aristarchos –
niet de goden heb je beledigd,
maar de mensen.
Jij bleef bij je mening – nee,
niet bij je mening,
bij je wetenschap.
   Beter ware het geweest
Homeros uit Homeros
te verklaren – dat
ergert niemand.

Vigilie

*

Een vroege vooravond zal het zijn geweest,
een lauwe dag in mei, vervuld van vlees
en gedrenkt in droesem en wijn. Ritmisch
verdreven de breves in het blauw.
Ik voelde mij verheven, in de nabijheid
van het paradijs - de wateren van Gods toorn
hadden mij nog niet bereikt.

Ik dacht aan het gehelmde hoofd
van Hermes, aan de kop van Kaufmann,
aan de dood van de rietschilder.
En ik goot water op de vissen van Phidias,
want kunst wil leven en het zijnde
wil niet slecht beheerd worden.

De wereld was hier,
het blad blanker dan ooit.

Maar een hongerige wind
uit het noorden stak op -
het ene woord bracht het andere om
en mij kwelden de schaamteloze
demonen van het lood.

Schoksgewijs
zonk de zon
en al wat blauw was
vatte dadelijk vuur.

**

Er was een krans om de maan
die nacht en een zeer zacht
ritselen van regen, alsof er een god
in aantocht was, en ik wentelde
in een achtbaan als in het teken
van de eeuwigheid. Ongeboren sterren
werden zichtbaar onder de gordel van Orion
en het zachte wieken van de zwaan.
Alle goden verzamelden onder een zilveren
kleed en alle leven was verweven met de wind.

Het licht verkleurde langzaam
richting rood en al wat beneden lag
was slechts de schaduw van het Woord.

MIDI

*

21.6.

Hoog boven een boog
aan de hemel bolt
de verzadigde zon

: de Thebaanse zuil
  ontwaakt en zingt

: waar het water wijkt
  spreidt de gouden pauw
  zijn paarse ogen vol
  hoogmoed open en zingt

: bij de verboden berg
  spuwt de salamander
  een scharlaken vuur
  &
  blind is het water
  in Syene - maar het stof
  in de canopen zingt.

**

Door het raam
zie je de wolken,
de schaduw van de zon
die na zeven dagen
ondergaat: geen
van de lakeien
overleeft het vuur. Geen
verhaal is hier mogelijk. Geen
zicht op het glooien
van de tijd. Geen
woord wordt werkelijkheid. Koorts
klimt tegen de sterren op. En
door de wolken
zie je het raam.

***

De stad hangt in de zon
zoals de glazen hangen
aan de lippen van de hemel.

Tussen zon en zwart
geen tijd van wachten,
geen onderscheid. Spelden
vallen
in de stilte die zich spreidt

Geen schaduw
valt te meten
en de weg onder je woorden
is blind.

Woordwisselwoord

voor Mark Insingel

Je leidt
letters
je leidt letters
naar je hand

Syllaben vervoeg je
tot een gedurig product
je verwoordt
hoe je hoort

Woorden
overhoor je
je neemt ze
op hun woord.

Woorden worden
wederkerig
ingewisseld
ingebed

Er is zin
tussen de regels
er is
         tussenzin

Zo worden zinnen
geregeld
tegen regels in

Je buigt woorden
plooit termen
de cirkel sluit
als een ellips.

Je modelleert
modellen
wijken van je af

Je vouwt zorgvuldig
je blad
alles
omgekeerd evenredig
alles
volkomen symmetrie

Visual poetry

From Color-field poetry (1999)

Blinde stem

blindestem1 blindestem1 groot
blindestem2 blindestem2 groot
blindestem3 blinde stem3 groot
blindestem4 blindestem4 groot

Color-field poetry

colorfield1 colorfield1 groot
colorfield2 colorfield2 groot
colorfield3 colorfield3 groot
colorfield4 colorfield4 groot