Toelichting Rebuten

Archytas van Tarente

Grieks filosoof, wiskundige, uitvinder van automaten en strateeg.
(eerste helft 4de eeuw v. Chr.)
Pythagoreeër.
Delisch probleem: de verdubbeling van de kubus.

Aristarchos van Samos.

Grieks astronoom (310-230) werd om zijn heliocentrische theorie van atheïsme beschuldigd.
Zijn naamgenoot, de filosoof Aristarchos van Samothrace (ca. 217-145) was beroemd om zijn commentaren op Homeros.

Aristoxenos van Tarente.

Grieks filosoof en muziektheoreticus (ca. 360-290).
Pythagoreeër.
Beschuldigde Plato van plagiaat en Socrates van sofisme.
Mouseion (aan de muzen gewijde berg), heuvel bij Athene; men vindt er de bank waar volgens een legende Socrates placht te zitten en de gifbeker zou gedronken hebben, ook een monument voor Julius Antiochus Philopappus, weldoener van Athene, naar wie de heuvel thans wordt genoemd. Men heeft vandaar een mooi uitzicht op de Akropolis.

Arnobius van Sicca.

Redenaar in Sicca Veneris, Numidië (Noord-Afrika). (gestorven ca. 327).
Bekeerde zich door een droom tot het christendom waarna hij de heidenen op virulente en satirische wijze bestreed.
Zijn opvattingen over de ziel en over de schepping van de mens zijn overigens weinig orthodox.

Basileios ho Megas.

(Basilius de Grote van Caesarea, ca. 330-379).
Is één van de Cappadocische kerkvaders.
Asceet, monnik, bisschop, heilig verklaard.
Auteur van o.m. een Vermaning aan de jeugd over het nuttig gebruik van de heidense literatuur.

Bruttidius.

Wij lezen bij Juvenalis (ca. 60-140) in zijn 10de satire: 'Ik kwam bij 't Marsaltaar / Bruttidius tegen, wit van angst, en vrees / dat, sinds de keizer zich de dupe weet, / hij zich verongelijkt alom gaat wreken, / zoals eens Ajax deed…'
Verder weten wij van Bruttidius niets.

Cornelius Gallus.

Romeins politicus en dichter. (ca. 69-26). Hij werd door Ovidius, Propertius en Vergilius bewonderd, maar er is weinig van zijn werk bewaard.
Gallus werd door zijn geliefde Lycoris verlaten; hij viel bij Augustus in ongenade en pleegde zelfmoord.
Toen hij langs de Permessus (rivier) dwaalde werd hij door een muze naar de Helicon gevoerd en door de mythische zanger Linus ontvangen. Erato: muze van lierzang en minnelied.

Demokritos van Abdera.

Grieks veelzijdig filosoof. (ca. 460-370).
Volgens de atomist Demokritos, bijgenaamd de lachende, is al het bestaande een constellatie van atomen in een lege ruimte.
Hij achtte het vinden van een oorzakelijke verklaring belangrijker dan vorst van Perzië te zijn.

Demonax.

Grieks cynisch wijsgeer. (ca. 70-170).
Loukianos van Samosata - die hem bewonderde - heeft zijn optreden in een aantal uitspraken vastgelegd.

Diagoras.

Grieks dichter. (ca. 430 v. Chr.)
Hij vluchtte uit Athene nadat hij, beschuldigd van atheïsme en het schenden van de Eleusinische mysteriën, ter dood was veroordeeld.
Aristofanes voert hem op in De Vogels.

Euagrios van Pontos.

(Pontos 346-Egypte 399).
Was een gevierd predikant in Constantinopel maar trok zich in 382 als monnik terug in een klooster in de Nitrische woestijn (Libië).
Streng asceet en auteur van talrijke Griekse vermaningen en theologische geschriften, o.m. een theorie van de 7 hoofdzonden.
Om zijn orthodoxe standpunten meermaals verketterd.

Feredykes van Syros.

Grieks logograaf. (ca. 540 v. Chr.)
Hij leerde dat Zeus en Chronos eeuwig zijn en alles uit hen voortgekomen is.
Hij moet reeds tijdens zijn leven een legendarisch figuur zijn geweest.
Diogenes Laërtius heeft een aantal verhalen over hem opgetekend.

Gaius Sallustius Crispus.

Romeins militair, volkstribuun en geschiedschrijver. (86 - 34).
Democraat. Begunstigd door Caesar en rijk geworden als pro-consul in Africa, liet hij op de Quirinalis in Rome de weelderige Horti Sallustiani aanleggen.
Na de val van Caesar wijdde hij zich aan de contemporaine geschiedenis.

Hipponax.

Grieks lyrisch dichter. (ca. 540 v. Chr.) Uit zijn geboortestad Efese waarschijnlijk wegens (verbaal?) wangedrag verdreven, leefde hij in Klazomenai als bedelaar.
Hij parodieerde Homeros en tergde de beeldhouwer Boupalos, die een karikatuur van hem geboetseerd had, zodanig dat deze zelfmoord pleegde.

Johannes van Efese.

De apostel Johannes, auteur van het evangelie dat zijn naam draagt en volgens de traditie van de Openbaring (Apocalyps) die hij als banneling op Patmos zou geschreven hebben.

Jovinianus.

De theoloog Jovinianus (vóór 406), getraceerd o.m. in Rome en in Milaan, werd om zijn vrouwvriendelijke en ietwat frivole versie van het christendom door diverse kerkvaders bestreden, op synodes veroordeeld en door keizer Honorius verbannen.
Wij kennen zijn opvattingen alleen uit de polemieken van zijn tegenstanders.

Julius Montanus.

Episch en elegisch dichter (eerste eeuw v. Chr.).
Gefascineerd door zonsopgang en zonsondergang.
Hij hield graag langdurige publieke séances en werd daarbij door sommigen geprezen en door anderen gehoond.
Hij was bevriend met keizer Tiberius, maar viel in ongenade.

Karneades van Kyrene.

Grieks filosoof. (ca. 214-129).
Karneades betoogde dat er geen criterium voor absolute waarheid bestaat en illustreerde zijn stelling graag door eerst een bepaalde overtuiging en daarna haar tegendeel te bewijzen.
Als scepticus bestreed hij het fatalisme van de Stoïcijnen, waarzeggerij en het geloof aan 'voorzienigheid'.

Kleanthes van Assos.

Grieks filosoof. (331/330-233/232).
De arme stoïcijn Kleanthes, leerling en volgeling van Zeno, werkte 's nachts als waterdrager.
Ondanks zijn 'traagheid' was hij een vruchtbaar auteur (van o.m. een traktaat Tegen Aristarchos) maar slechts enkele fragmenten en zijn Hymne aan Zeus bleven bewaard.

Loukianos van Samosata.

Grieks schrijver (ca. 120-Egypte na 180) - van Syrische origine.
De jonge Loukianos werd, na een korte tijd leerling te zijn geweest bij zijn oom beeldhouwer, o.m. advocaat en declamator, om te eindigen als hoofd van de kanselarij van de stadhouder van Egypte.
In zijn felle satirische dialogen, stilistisch zeer verzorgd, hekelde hij parasitisme, hypocrisie en fantasterij en spaarde daarbij mensen noch goden.

Lucilius Balbus.

Pleitbezorger van de Stoa in De Goden van Cicero (106-43).
Cotta verdedigt er de opvatting van de Academici.
De cynicus Bion van Borysthenes (3de eeuw v. Ch.) was een andere mening toegedaan.

Marcus Pacuvius van Brundisium.

Romeins dichter en schilder. (ca. 220-130).
Door Varro, Cicero en Quintilianus als tragicus geprezen.

Marius Cornelius Fronto.

Latijns schrijver (ca.100-166).
Advocaat, bekleedde hij hoge ambten en was oud-leraar en vriend van Marcus Aurelius.
Uitstekend stylist en hoofd van de zogenaamde archaïserende richting in de Latijnse letterkunde.
Aulus Gellius, de auteur van het mengelwerk Noctes Atticae was een vriend van Fronto.

Palamedes.

Raadgever van de Grieken tijdens de Trojaanse oorlog.
Hij ontdekte het bedrog van Odysseus die zich aan de Trojaanse expeditie had willen onttrekken.
Odysseus nam op uiterst laaghartige wijze wraak: Palamedes, valselijk beschuldigd van verraad, werd veroordeeld en gedood.
Hij geldt als de mythische uitvinder van de weegschaal, maten, het dobbelspel en enkele letters.

Psammetichos.

'… de mummie van Psammetichos, die na 1000 jaar intact gevonden werd, op een punt in de hals na waar een door wormen ontstane wond was, omdat Psammetichos als onwetende jongeling op dat punt gekust werd door een prostituee.
(Mario Praz, in Het verdrag van de slang).

Pyrrho van Elis.

Grieks filosoof. (ca. 360-270).
Schilderde een fresco in zijn geboortestad en volgde later Alexander de Grote tot in Indië.
Hij kwam daar onder invloed van de fakirs en de gymnosofisten die naakt en eenvoudig leefden, vrij van materiële zorgen en wijsgerige speculatie.
Als scepticus onderzocht hij alles, maar onthield zich van een definitief oordeel omdat men volgens hem 'de' waarheid niet kon kennen.
Athene verleende hem burgerrecht omdat hij de Tracisiche koning Cotys zou hebben geliquideerd. In Elis werd hij hogepriester.

Quintius Curtius Rufus.

Romeins auteur (1ste eeuw) van een Geschiedenis van Alexander de Grote van Macedonië, in 10 boeken.

Quintus Horatius Flaccus.

Romeins lyrisch dichter. (65-8) liet niet na in zijn beroemde Oden keizer Augustus te vleien.
De brief aan Horatius is een commentaar op de 15de Ode van het derde boek.

Satournilos.

Gnosticus uit Antiochië (eerste helft 2de eeuw).
Leerde dat de mens niet door de oppergod maar door lagere wezens is geschapen en dat Christus kwam om Jahweh ten val te brengen en diegenen te redden die een goddelijke vonk in zich dragen.
Wij kennen zijn opvattingen vooral door de kritiek van de kerkvader Eirenaios (Irenaeus van Lyon) die hem in zijn traktaat Ontmaskering en weerlegging van de valselijk dusgenaamde gnosis verketterde.

Silvanus.

Wordt in de Anthologia Palatina in een aan Palladas (ca. 355-330) toegeschreven epigram als een drankzuchtig dichter gegispt.

Stesichoros van Himera.

Grieks dichter. (ca. 640-555).
De godin Helena sloeg hem met blindheid nadat hij haar in een gedicht had beledigd.
Toen hij dat herriep, kreeg hij het gezicht terug.

Thamyris.

De Thracische zanger Thamyris daagde de muzen uit tot een wedstrijd in het citerspel.
Hij verloor uiteraard en werd met stom- en blindheid geslagen.
Marsyas had eveneens Apollo uitgedaagd en verloren en werd als straf levend gevild.

Thoukydides.

Grieks strateeg en geschiedschrijver. (ca. 455-400).
Na een debacle tijdens de Peloponnesische oorlog trok hij zich terug in Thracië waar hij goudmijnen beheerde en de geschiedenis van de oorlog schreef.
Het fragment over de ondergang van de Meliërs bevat het verslag van de onderhandelingen tussen de vertegenwoordigers van de Meliërs en afgevaardigden van Athene, die Milos tot deelname aan de strijd wilden dwingen.
De Meliërs weigerden en werden belegerd. Na hun nederlaag, mede ten gevolge van verraad, werden de mannen afgeslacht en vrouwen en kinderen als slaven afgevoerd.

Titus Cassius Severus.

Romeins retor ten tijde van Augustus en Tiberius (+ op Sefiros, 32).
Berucht en gevreesd om zijn sarcastische smaadschriften.
Als tegenstander van het imperiale regime werd hij verbannen.

Xenofanes van Kolofon.

Grieks dichter en wijsheer. (ca. 580-480).
De monotheïst Xenofanes hekelde niet alleen het antropomorfe beeld en de onstichtelijke avonturen van de goden, zoals o.m. bij Homeros te vinden, maar ook de adoratie van sporthelden.

Varus.

(Opdracht) Uiteraard niet Publius Quinctilius Varus, de veldheer die in 't jaar 9 zijn legioenen in het Teutoburgerwoud door Armenius en zijn Germanen liet afslachten, maar Alfenus Varus aan wie Vergilius een Ecloga opdraagt: '… niets is Apollo welkomer dan een blad dat begint met de opdracht: voor Varus.'